Savills: De ontwikkeling van de relatie tussen verhuurder en huurder in de aanpak van CO2-uitstoot

0

Deze blog is geschreven door IJsbrand Brunger, Head of Leasing bij Savills in Nederland.

Wat betreft duurzaamheid breken verhuurders van kantoren zich al langer het hoofd over de vraag of huurders bereid zijn meer te betalen in ruil voor het huren van de meest optimale kantoren. Data over een ‘groene premie’ geven een gemengd beeld. Dit hoewel de eerste onderzoeken en geluiden er over het algemeen op duiden dat de meeste huurders tot in zekere zin bereid zijn om een hogere huur te accepteren in ruil voor een eersteklas duurzaam gebouw.

Huurders zijn zich meer dan ooit bewust van de rol die vastgoed kan spelen in de verlaging van hun CO2-uitstoot. Veel huurders hebben al strategieën en doelstellingen bepaald voor het realiseren van een nuluitstoot. Dat is maar goed ook, want twee derde van de top 100 grootste bedrijven ter wereld (op basis van omzet) die een CO2-uitstoot publiceren, produceren gemiddeld meer dan 27 miljoen MtC02e. Dit is evenveel als de koolstof die wordt verwerkt door het planten en laten groeien van 454 miljoen jonge bomen in tien jaar tijd. Hoewel de uitstoot per bedrijf varieert, geldt voor veel bedrijven dat het aanpakken van de CO2-uitstoot van hun vastgoed een groot deel uitmaakt van hun algehele inzet voor het verlagen van hun CO2-uitstoot. Ook beseffen steeds meer huurders dat groene gebouwen bijdragen aan de tevredenheid en het welzijn van werknemers, met lagere verzuimpercentages en met werknemers die zich productiever en gezonder voelen. Daarom is deze ontwikkeling alleen maar een kwestie van tijd, zelfs als bedrijven nu nog geen stappen hebben genomen om de meest optimale groene gebouwen te huren.

Ook de gesprekken die huurders over dit onderwerp voeren met verhuurders veranderen. Het opvragen van keurmerken, zoals de BREEAM-score, is inmiddels onderdeel van de dialoog. Echter, huurders moeten wel meer gaan zekerstellen dat zij meedelen in de opbrengsten van lagere energie- en operationele kosten van de gebouwen. Dit vergt overleg en afstemming met de verhuurders om te komen tot ‘groene huurovereenkomsten’, waarin verwachtingen over milieudoelstellingen worden vastgelegd, ambities voor het verlagen van de uitstoot worden geformaliseerd en uit hoofde waarvan regelmatig informatie wordt opgehaald en gedeeld ter ondersteuning van het behalen van de doelstellingen. Op dit moment is er geen internationale standaardmethode voor het classificeren van een huurovereenkomst als zijnde ‘groen’. Het is aan de verhuurder en de huurder om tot een overeenkomst te komen die de doelstellingen van beide partijen ondersteunt, waarbij de inspanningen worden verdeeld en alle partijen profiteren. In Nederland is er wel het afgelopen decennium gewerkt om een ‘groene” huurovereenkomst te realiseren. In verband met de label C-verplichting voor kantoren per 1 januari 2023 op grond van het Bouwbesluit heeft de ROZ een zogenoemde “green lease” bepaling vastgesteld voor het ROZ-model Kantoorruimte 2015. Op deze manier is er een eerste aanzet gegeven waardoor huurder en verhuurder gezamenlijk verantwoordelijk worden gesteld voor het verduurzamen van een kantoor.

Hiernaast is de kans groot dat er op termijn meer formele wet- en regelgeving zal komen. Het Investible Policy Response Project van de United Nations Principle for Responsible Investments (PRI) voorziet dat overheden hun beleid vanaf 2025 aanzienlijk gaan aanscherpen om klimaatverandering aan te pakken. Dit omdat ze inzien dat verplichte groene huurovereenkomsten wel eens heel effectief kunnen zijn om duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren.

Share.

Comments are closed.

Inschrijven voor de nieuwsbrief?