Londense rechter neemt speculatieve CSI-derivaten de maat

0

De rechter in Londen heeft vandaag uitspraak gedaan in een zaak die door Credit Suisse tegen Vestia was aangespannen. De rechter heeft alle derivatencontracten van Credit Suisse International (CSI) met Vestia bekeken. Hij stelt Vestia in het gelijk dat de meeste contracten speculatief waren en daarmee in strijd met de statutaire doelstelling en dat CSI dit laatste wist of behoorde te weten. De contracten zijn volgens de rechter daarom ongeldig. Maar dit doet volgens de rechter niet af aan Vestia’s betalingsverplichtingen omdat Vestia de contractuele garantie heeft gegeven dat zij de transacties toch mocht aangaan. Vestia heeft de Engelse rechter inmiddels toestemming gevraagd om hoger beroep tegen deze uitspraak in te stellen. De uitspraak dat speculatieve derivaten ongeldig zijn, biedt mogelijkheden om de individuele overeenkomsten met de andere banken kritisch tegen het licht te houden.

Bestuursvoorzitter Arjan Schakenbos: “De rechter heeft aangegeven dat een groot deel van de producten die CSI verkocht heeft, speculatief zijn en daarom ongeldig. En dat is een belangrijke principiële overwinning voor Vestia. Het is spijtig dat de Engelse rechter vindt dat contractuele garanties toch voorgaan. We laten nu onderzoeken of we daar met succes hoger beroep tegen kunnen instellen. We laten ook onderzoeken in hoeverre de contracten met andere banken dezelfde kenmerken hebben als die van CSI. Als dat het geval is zullen we dat zeker meenemen in ons onderzoek naar deze banken. Dit lopende onderzoek betreft ook het gedrag van de banken inzake de van fraude verdachte tussenpersoon.”

De uitspraak van de rechter heeft geen directe gevolgen voor de overeenkomst van juni 2012 van Vestia met de andere derivatenbanken. Vestia zal niettemin deze uitspraak betrekken in haar lopende onderzoek naar het gedrag van de andere banken.

Omdat CSI besloot geen overeenkomst te sluiten met Vestia voor de beëindiging van de derivatencontracten kon geen saneringssteun gegeven worden en moest de uitspraak van de rechter worden afgewacht. Het is nog onduidelijk hoeveel Vestia nu vanwege het vonnis moet betalen. Dat moet nog nader worden bepaald. Vestia moet in elk geval ongeveer € 73 miljoen betalen. De beslissing over het definitieve bedrag wordt opgeschort tot na het hoger beroep. Vestia moet verder 70% van de redelijke proceskosten van CSI betalen. De beslissing over wat redelijke kosten zijn, volgt op een later moment. Vestia zal wat zij aan CSI moet betalen, in elk geval voor een gedeelte zelf betalen. Voor het andere gedeelte zal Vestia nu een aanvraag voor saneringssteun bij CFV indienen.

CSI had Vestia voor de rechter in Londen gedaagd. Als enige bank had CSI geweigerd mee te doen met de overeenkomst van juni 2012 die Vestia van zijn derivatenportefeuille verloste, maar wel met een schuld van meer dan 2 miljard euro achterliet. CSI wilde niet meedoen aan de overeenkomst en heeft Vestia gehouden aan haar verplichtingen die volgens CSI het gevolg zijn van de opzegging van de derivaten overeenkomsten door Vestia. CSI heeft geen consideratie gehad voor de positie waarin Vestia medio 2012 verkeerde.

Vestia had relatief weinig derivatencontracten bij CSI lopen. Het dispuut ging – hoewel dat inmiddels door rente en advocatenkosten is opgelopen – oorspronkelijk om ruim 20 miljoen euro, het verschil tussen de oorspronkelijke vordering van CSI en het bedrag dat uit de afspraak met de banken voortvloeit. Vestia was bereid om in het kader van de overeenkomst met CSI een kleine EUR 60 miljoen te betalen. CSI vond dit niet genoeg omdat zij – i.t.t. de meeste andere banken – zich niet had bediend van een tussenpersoon. Hoeveel Vestia na dit vonnis precies moet betalen, moet nog worden bepaald.

In de overeenkomst met de andere banken staat dat Vestia aan geen enkele bank betere voorwaarden mag bieden dan aan de banken die aan de overeenkomst meedoen. Vestia had dus geen keuze dan om zich te verweren tegen de claim van CSI.

In haar verdediging heeft Vestia gesteld dat de derivaten met een speculatief karakter ongeldig zijn en niet in het belang van Vestia. CSI betwistte dit en meende dat de toenmalige leiding van Vestia wist wat men deed en dat Vestia daarom aan haar contractuele verplichtingen is gehouden. De rechter lijkt beide partijen gelijk te geven.

De rechtszaak werd in Londen gehouden omdat derivatencontracten – en deze ook – doorgaans naar Engels recht worden afgesloten en de Engelse rechter aanwijzen als de bevoegde rechter. Dit laat onverlet dat de Engelse rechter afwegingen kan maken naar Nederlands recht. Dit speelt met name voor de vraag of en op welke wijze het bestuur van Vestia bevoegd was om deze contracten aan te gaan en over de wijze waarop de besluitvorming binnen Vestia tot stand kwam.

 

http://vestia.nl/Actueel/Nieuws/Pages/LondenserechterneemtspeculatieveCSI-derivatendemaat.aspx

Share.

Leave A Reply

Inschrijven voor de nieuwsbrief?