‘Vloek van het hoogste bod’ richt zich ten onrechte op makelaars

0

De vloek van het hoogste bod. Zo noemt hoogleraar Peter van Gool het als iemand er tot zijn grote schrik achter komt dat hij of zij tijdens een bieding op een gewilde koopwoning aan het langste eind heeft getrokken. Net als zijn collega Johan Conijn vindt hij dat makelaars door kopers ten onrechte scheef worden aangekeken op een overspannen woningmarkt als die van Amsterdam. De beide hoogleraren van de Amsterdam School of Real Estate (ASRE) zeggen dit in NVMagazine, dat deze week verschijnt.

Enkele maanden geleden werden er in de Tweede Kamer vragen gesteld over de veilingen die verkoopmakelaars organiseren om woningen in gewilde buurten aan een koper te helpen. “En dat terwijl verkoopmakelaars alleen maar hun werk doen”, benadrukt Conijn, als buitengewoon Hoogleraar Woningmarkt aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan de Amsterdam School of Real Estate.

“Dat ze als een soort Pavlov-reactie om de zoveel tijd onder vuur komen te liggen, heeft te maken met het onjuiste verwachtingspatroon dat veel mensen van makelaars hebben. Ze worden gezien als onafhankelijke marktmeesters, die vraag en aanbod zo goed mogelijk bij elkaar brengen. Maar dat zijn ze pertinent niet. In Nederland is gekozen voor een systeem waarbij op de woningmarkt zowel de verkopende als de kopende partij zich kan laten adviseren door een makelaar. Net als een advocaat zijn ze geen tussenpersoon, maar staan ze nadrukkelijk naast een van de partijen.”

Goede methode
Een verkoopmakelaar die een veiling organiseert en zich aan de NVM-kernwaarden op gebieden als integriteit en transparantie houdt, doet zijn werk gewoon goed volgens Van Gool die hoogleraar Vastgoedeconomie is aan de ASRE. “De verkoper wil zijn woning zo snel mogelijk en tegen een zo hoog mogelijk prijs verkopen. Uit onderzoek blijkt dat een veiling daar een goede methode voor is: het leidt tot een korte doorlooptijd en een hoge prijs.”

Dat er veel meer vraag dan aanbod is en dat de prijzen op veilingen regelmatig de pan uitrijzen, komt volgens Conijn doordat met name particuliere beleggers ten tonele zijn verschenen. “Ze voegen koopwoningen toe aan hun portefeuille en gaan die vervolgens tegen marktprijzen verhuren. Vergeleken met particulieren hebben beleggers zogenaamde ‘soft budget constraints’, wat betekent dat ze ver boven de vraagprijs kunnen bieden. Dat er bij veilingen zoveel overboden wordt, laat zien dat makelaars juist terughoudend zijn met de vraagprijs.”

Maar ook als verkoopmakelaars met een lage vraagprijs meer bieders proberen te lokken, doen ze volgens Van Gool niets verkeerd. “Ze dienen de belangen van de verkopende partij die ze inhuurt zo goed mogelijk. En ze kunnen er niets aan doen dat er bieders zijn die al vier keer achter het net hebben gevist en zich laten verleiden tot een veel te hoog, irreëel en niet-marktconform bod. Een aankoopmakelaar had ze kunnen helpen het hoofd koel te houden, maar daar bezuinigen veel mensen juist op.”

Vrije markt
Conijn vindt niet dat de overheid moet ingrijpen. “Het is een vrije markt, met makelaars als adviseurs van de betrokken partijen. Als het wringt door disbalans tussen vraag en aanbod, zoals in Amsterdam maar ook in gemeenten als Amstelveen, Haarlem, Almere en Groningen waar steeds vaker boven de vraagprijs wordt geboden, kan het gemeentebestuur proberen voor meer evenwicht te zorgen door de bouw van koopwoningen te stimuleren.”

Nog los van ontbindende voorwaarden in het koopcontract, zoals het ‘voorbehoud van financiering’, hoeft niemand in Nederland volgens Van Gool in financiële problemen te komen door de ‘vloek van het hoogste bod’. “Nadat de koper een exemplaar van het door beide partijen ondertekende koopcontract heeft ontvangen, heeft hij of zij drie volle dagen bedenktijd. Binnen deze 72 uur kan zonder opgaaf van reden van de koop worden afgezien, een mogelijkheid waar overigens opvallend weinig gebruik van wordt gemaakt.”

 

https://www.nvm.nl/actueel/persberichten/2017/12vloekhoogstebod

Share.

Comments are closed.